Een dag na de laatste wedstrijd is de Regattabahn in Duisburg weer stil. Geen fluitjes, geen geschreeuw vanaf de tribunes en geen Oranje-kajak’s meer op het water. Zes dagen lang draaide alles om doelpunten, uitslagen, doelsaldo’s en de volgende wedstrijd. Nu het stof is neergedaald, resteert de vraag: wat heeft dit wereldkampioenschap de Nederlandse kanopoloselecties gebracht?

Geen medailles, zoveel is duidelijk. Maar wie alleen naar het eremetaal kijkt, doet dit WK tekort.

Nederland reisde met vier selecties af naar Duisburg en kende een toernooi vol uitersten. Van overtuigende overwinningen en onverwachte zeges op toplanden tot uitschakeling op doelsaldo en een Golden Goal die binnen vijftien seconden een WK-finale uit handen sloeg.

Heren terug op het wereldtoneel

Na het missen van het WK van 2024 keerde Oranje dankzij een wildcard terug op het wereldkampioenschap. De opdracht was helder: laten zien dat Nederland daar absoluut thuishoort. Met overwinningen op Zweden en Maleisië verzekerde Nederland zich direct van een plaats bij de beste twaalf. Daarmee werd ook deelname aan het volgende WK veiliggesteld, zonder opnieuw afhankelijk te zijn van een wildcard.

In de winnaarspoule versloeg Oranje Denemarken, de nummer drie van de wereld en bronzenmedaillewinnaar van het vorige WK, met 4-2. Tegen Groot-Brittannië volgde een 3-3 gelijkspel, terwijl Spanje met 4-3 net te sterk bleek. De halve finale bleef in zicht, totdat Frankrijk op zaterdag hardhandig een einde maakte aan die ambitie: 9-2.

Op de slotdag ging vervolgens ook de kruisfinale tegen Zwitserland verloren, waarna Denemarken opnieuw de tegenstander werd. Ditmaal was een verlenging nodig en besliste Nederland de wedstrijd met een Golden Goal.

De zevende plaats klinkt bescheiden voor een land met drie wereldtitels op zijn naam. Maar na afwezigheid in 2024 betekende Duisburg vooral de bevestiging dat Oranje weer aansluiting heeft gevonden in de subtop.

Dames, zo dichtbij de halve finale

Voor de Nederlandse Dames waren de verwachtingen vooraf hoger. Na brons op het WK van 2024, brons op de World Games en zilver op het EK van 2025 begon de ploeg als nummer één van de wereld aan het toernooi.

Het WK begon degelijk met winst op Australië en een 2-2 gelijkspel tegen Frankrijk. Daarna volgde een toernooi waarin vrijwel iedere wedstrijd zwaar woog. Oranje verloor verrassend van Chinees Taipei en Denemarken, maar herstelde zich vervolgens uitstekend.

In de winnaarspoule werden Zwitserland en Italië verslagen. Vooral de 1-0 tegen Italië, met het winnende doelpunt in de negentiende minuut, zorgde ervoor dat Nederland na de vrijdag zelfs bovenaan stond.

Een dag later kwam de harde realiteit van topsport. Tegen Groot-Brittannië was winst nodig om plaatsing voor de halve finale in eigen hand te houden. De Britten wonnen met 2-1. Daarna begon het rekenen. Andere uitslagen boden nog een mogelijkheid, maar uiteindelijk viel Nederland op doelsaldo buiten de beste vier.

Op zondag werd Spanje met 3-1 verslagen en daarmee de vijfde plaats veiliggesteld. Een overwinning als afsluiting, maar ongetwijfeld met het besef dat het verschil tussen spelen om de wereldtitel en spelen om plaats vijf dit WK bijzonder klein was.

Heren U21 laten zien wat er mogelijk is

Misschien wel het meest meeslepende toernooi kwam van de Heren U21.

Vanaf de eerste wedstrijd zat er energie in de ploeg. Zweden werd met 10-1 verslagen, Denemarken met 6-2. Een dag later volgde een eerste echte krachtmeting: Duitsland, vooraf gezien als een van de grote favorieten.

Tweemaal kwam Duitsland op voorsprong en tweemaal knokte Nederland zich terug. Na de 2-2 in de allerlaatste seconde van de eerste helft sloeg Oranje na rust vanuit een uitbraak toe: 3-2. De voorsprong werd niet meer weggegeven.

Nederland bleef winnen. Tegen België werd een spectaculaire achterstand omgebogen en na een gelijkspel tegen Groot-Brittannië volgde een overtuigende 5-2 overwinning op Frankrijk. Oranje won daarmee de winnaarspoule en mocht als poulewinnaar naar de halve finale.

Daar wachtte Nieuw-Zeeland. Drie keer kwam Nederland op voorsprong. Drie keer kwam Nieuw-Zeeland terug. Na twintig minuten stond het 3-3 en moest een Golden Goal de finalist aanwijzen.

Vijftien seconden. Langer duurde de verlenging niet. Nieuw-Zeeland scoorde en in één aanval veranderde uitzicht op een WK-finale in de opdracht om enkele uren later opnieuw op te laden voor brons.

Duitsland won die troostfinale met 2-1. Geen medaille, maar wel een vierde plaats voor een ploeg die tijdens het toernooi achtereenvolgens Duitsland en Frankrijk versloeg en lange tijd ongeslagen bleef.

Dames U21 betalen een hoge prijs voor één nederlaag

Nederland begon met duidelijke overwinningen op Chinees Taipei en België, maar liep vervolgens hard tegen wereldkampioen Frankrijk aan: 5-0. Een dag later volgde een nipte 1-0 nederlaag tegen Italië.

Daarna herpakte Oranje zich knap. Duitsland werd in een spectaculaire wedstrijd met 4-3 verslagen. De Nederlandse ploeg liep uit naar 3-0 en 4-1, zag Duitsland terugkomen tot 4-3, maar hield onder zware druk stand. Ook Groot-Brittannië werd vervolgens met 2-1 geklopt.

En toch was het niet genoeg. Door het doelsaldo en het meetellen van resultaten uit de eerdere ronde eindigde Nederland buiten de strijd om de medailles. Twee overwinningen op toplanden konden de eerdere schade niet meer herstellen.

In de wedstrijd om de vijfde plaats verloor Oranje met 2-1 van Italië en eindigde het WK uiteindelijk met een zesde plaats.

Geen medailles, wel perspectief

Vier Nederlandse teams. Geen podiumplaatsen. Dames vijfde, Heren zevende, Heren U21 vierde en Dames U21 zesde. Op papier is dat de korte samenvatting van het WK in Duisburg. Maar Duisburg liet ook iets anders zien.

De Heren keerden terug op het wereldkampioenschap. De Dames bleven tot hun laatste wedstrijd in de winnaarspoule meedoen voor een halvefinaleplaats en strandden uiteindelijk op doelsaldo. De Dames U21 bewezen met zeges op Duitsland en Groot-Brittannië dat ze zich met de sterkste landen kunnen meten. En de Heren U21 waren vijftien seconden verwijderd van een heel andere afloop van hun toernooi.

Naarmate de week vorderde, kleurde de tribune steeds meer oranje. Familie, vrienden, clubgenoten en andere supporters maakten de relatief korte reis naar Duisburg en lieten zich nadrukkelijk horen. Zeker tijdens het finalweekend stond er achter de Nederlandse ploegen een Oranje-legioen dat zich niet bepaald beperkte tot beleefd applaus.

En dan is het voorbij. De boten gaan terug naar huis. Blauwe plekken worden voelbaar en wedstrijden worden in gedachten nog een keer gespeeld. Maar veel tijd van bezinning is er niet. In 2027 wacht alweer het volgende grote doel. Van 20 tot en met 26 september wordt in Thury-Harcourt (Frankrijk) gestreden om de Europese titels.

En je moet er nog niet aan denken, maar op The Day After begint het volgende toernooi alweer.

Categorieën: Nieuws